ECLI:NL:CRVB:2008:BG1658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidskundige grondslag
Appellante ontving een WAO-uitkering vanwege nek- en hoofdpijnklachten en werd in 2004 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit omdat onvoldoende inzicht werd gegeven in de arbeidskundige aspecten. Het Uwv nam daarop een nieuw besluit in 2007, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35-45% op basis van een nieuw arbeidskundig rapport.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medische grondslag van de herziening, omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld. Wel oordeelt de Raad dat het besluit van 11 juli 2005 onvoldoende was onderbouwd en vernietigt dit besluit. Het beroep tegen het besluit van 29 juni 2007 wordt ongegrond verklaard, omdat de arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd is en de geduide functies passend zijn ondanks beperkingen van appellante.
De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten aan appellante. Hiermee wordt de herziening van de WAO-uitkering definitief vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%, waarmee appellante niet in haar bezwaar wordt gevolgd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 11 juli 2005 wordt gegrond verklaard en vernietigd; het beroep tegen het besluit van 29 juni 2007 wordt ongegrond verklaard.