ECLI:NL:CRVB:2008:BG1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende toekenning WAJONG-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante vroeg een WAJONG-uitkering aan met terugwerkende kracht vanaf haar 18e verjaardag. Het UWV kende de uitkering toe met ingang van maximaal een jaar voor de aanvraagdatum, omdat geen bijzonder geval was vastgesteld dat een eerdere terugwerkende kracht zou rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat onbekendheid met de mogelijkheid tot aanvraag geen bijzonder geval oplevert. Ook werd geoordeeld dat de ouders van appellante zich bewust waren van haar psychische problemen en hadden kunnen handelen om tijdig een aanvraag te doen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar ouders onvoldoende zicht hadden op haar medische toestand door haar uithuisplaatsing en dat instanties haar ontkenning van arbeidsongeschiktheid hadden versterkt. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat er geen belemmeringen waren voor de ouders om de belangen van appellante te behartigen en dat appellante zelf niet gehinderd was om tijdig een aanvraag te doen.
De Raad bevestigde dat onbekendheid met de aanvraagmogelijkheid en verzuim van instanties geen bijzonder geval vormen. Ook het betoog dat het besluit niet evenwichtig zou zijn, werd verworpen. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugwerkende toekenning van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd.