ECLI:NL:CRVB:2008:BG1914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterecht halvering kinderbijslag bij co-ouderschapsregeling zonder overeenkomst
Appellante en haar ex-echtgenoot hadden een co-ouderschapsregeling vastgesteld bij echtscheiding, waarbij de kinderen grotendeels bij appellante verbleven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot de kinderbijslag te halveren en toe te kennen aan beide ouders op basis van artikel 5a van het Samenloopbesluit, dat uitgaat van een overeenkomst waarbij twee personen een kind overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden.
De rechtbank had dit besluit bevestigd, maar appellante stelde dat er geen wilsovereenstemming was over de kostenverdeling en dat zij het merendeel van de kosten droeg. De Raad concludeerde dat de co-ouderschapsregeling slechts de zorgverdeling betrof en niet de kosten, en dat daardoor geen sprake was van een overeenkomst in de zin van artikel 5a.
Daarom had appellante onverkort recht op volledige kinderbijslag, omdat de kinderen minimaal vier nachten per week bij haar verbleven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit moet nemen, waarbij appellante de volledige kinderbijslag ontvangt. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit om de kinderbijslag te halveren wordt vernietigd en appellante behoudt het volledige recht op kinderbijslag.