ECLI:NL:CRVB:2008:BG1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging weigering WAO-uitkering na medische toetsing
Appellant heeft zich ziekgemeld met knie-, hand-, pols- en voetklachten en verzocht om een WAO-uitkering, welke door het Uwv werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de belastbaarheid niet was overschat en dat appellant in staat was de voorgestelde functies te vervullen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij nadere medische informatie had ingediend na toestemming om de zaak zonder nadere zitting af te doen, maar dat de rechtbank deze stukken niet had meegewogen, en dat de rechtbank onterecht weigerde een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad concludeert dat de rechtbank in strijd met artikel 8:64, vijfde lid, Awb heeft gehandeld door de zaak zonder nieuwe toestemming af te doen nadat nieuwe stukken waren ingediend.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, maar ziet geen aanleiding tot nadere behandeling en bevestigt het besluit van het Uwv dat appellant geen WAO-uitkering krijgt. De medische rapportages rechtvaardigen het oordeel dat appellant belastbaar is voor de voorgestelde functies. De Raad wijst ook het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en oordeelt dat reïntegratie buiten het bestreden besluit valt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Uwv wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen WAO-uitkering toegekend.