ECLI:NL:CRVB:2008:BG2082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde eerste dag toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 4 november 1999 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving vanaf 2 november 2000 een WAO-uitkering. Het UWV had in 2002 de uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, maar na een verzoek tot herbeoordeling in 2005 werd de mate van arbeidsongeschiktheid per 29 augustus 2005 vastgesteld op 80 tot 100%, met 1 augustus 2005 als arbitraire eerste dag van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde aan dat de toename van arbeidsongeschiktheid eerder was ingetreden, ondersteund door medische brieven waaronder die van zijn huisarts en voormalig huisarts. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde anders. Uit medische rapporten en opnamegegevens bleek dat appellant mogelijk al in april 2003 gedurende een onafgebroken periode van vier weken toegenomen arbeidsongeschikt was geweest.
De Raad stelde vast dat het standpunt van het UWV, dat de eerste dag van toegenomen arbeidsongeschiktheid op 1 augustus 2005 lag, onvoldoende was onderbouwd. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de bevindingen van de Raad. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen over de eerste dag van toegenomen arbeidsongeschiktheid.