ECLI:NL:CRVB:2008:BG2964

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4811 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen per 31 december 2004

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om een WAZ-uitkering toe te kennen, omdat hij meende medisch ernstiger beperkt te zijn dan het UWV had vastgesteld per 31 december 2004.

De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig beoordeeld. Appellant verwees naar een rapport van zijn orthopedisch specialist uit 2006, waarin beperkingen werden vastgesteld, maar dit rapport zag niet op de datum in geschil.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de door de orthopedisch specialist geconstateerde afwijkingen aan de lumbale wervelkolom en beperkingen aan schouders en knieën reeds waren meegewogen door de verzekeringsarts bij de beoordeling van de medische beperkingen per 31 december 2004.

Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen per 31 december 2004.

Uitspraak

06/4811 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 7 juli 2006, 05/2104 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 31 oktober 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. N.F.J. Sijstermans, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellant is een brief van 27 september 2006 van orthopaed P.J. Brouwer ingezonden.
Bij brief van 31 januari 2007 heeft het Uwv de nadere toelichting van 22 januari 2007 van bezwaararbeidsdeskundige A.G.W.P. van Gorp ingediend.
Op 13 januari 2008 heeft de Raad nog een nadere berekening van het Uwv ontvangen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2008. Appellant is, zoals aangekondigd, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 7 april 2005 heeft het Uwv geweigerd aan appellant een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toe te kennen, omdat appellant na afloop van de in dit geval geldende wachttijd op 31 december 2004 minder dan 25% arbeidsongeschikt was.
1.2. Bij besluit van 22 november 2005 heeft het Uwv de bezwaren van appellant gericht tegen het besluit van 7 april 2005 ongegrond verklaard.
2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 22 november 2005 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2.2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat zij het medisch onderzoek door het Uwv niet onzorgvuldig acht, dat appellant terecht in staat is geacht tot het verrichten van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies en dat de belasting in die functies voldoende inzichtelijk is gemaakt.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn grieven, die hij geuit heeft in de procedure in eerste aanleg, herhaald. Appellant acht zich meer beperkt ten aanzien van de items frequent buigen, torderen, duwen en trekken van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Hij heeft daarbij gewezen op informatie van zijn behandelend orthopaed Brouwer, blijkens welke informatie appellant in 2006 is opgenomen geweest in verband met gonarthrosis rechts.
4.1. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellant ingaande 31 december 2004 medisch ernstiger beperkt moet worden geacht dan waarvan het Uwv is uitgegaan.
4.2. Met overneming van de overwegingen in de aangevallen uitspraak met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit, beantwoordt de Raad deze vraag, evenals de rechtbank, bevestigend.
4.3. De Raad overweegt voorts dat het rapport van 27 september 2006 van orthopaed Brouwer niet ziet op de datum in geding en dat de door Brouwer geconstateerde afwijking aan de lumbale wervelkolom ter hoogte van L5-S1 bij de vaststelling van de medische beperkingen door verzekeringsarts M.H.G.M. Zweipfenning, naast appellants beperkingen terzake van de schouders en de knieën, reeds zijn meegewogen.
4.4. Gelet op het voorgaande ziet de Raad aanleiding de aangevallen uitspraak te bevestigen.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M.D.F. de Moor.
MH