ECLI:NL:CRVB:2008:BG3494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak over verlaging WAO-uitkering na medische beoordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 30 december 2002 te verlagen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, omdat zij in een eerdere uitspraak het medische oordeel waarop het besluit was gebaseerd uitdrukkelijk als juist had aanvaard en daaraan gebonden was.
In hoger beroep heeft appellante zich beperkt tot het aanvoeren van dezelfde medische beroepsgrond als in het eerdere beroep. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2008. Appellante was niet aanwezig bij de zitting, het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af, waardoor de verlaging van de WAO-uitkering gehandhaafd blijft.