ECLI:NL:CRVB:2008:BG3500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering echtgenoot op overlijdensdatum
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een nabestaandenuitkering toe te kennen na het overlijden van haar echtgenoot. De Svb had de aanvraag afgewezen omdat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW) en ook geen recht op uitkering kon worden ontleend aan internationale sociale zekerheidsregelingen.
Na bezwaar heeft de Svb nader onderzoek gedaan naar mogelijke buitenlandse verzekeringen en appellante verzocht om aanvullende gegevens over buitenlandse sociale verzekeringsregelingen. Desondanks werd het bezwaar ongegrond verklaard omdat geen sprake was van een vrijwillige verzekering of een verzekering op grond van Marokkaanse wettelijke regelingen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en oordeelde dat de argumenten van appellante geen nieuwe gezichtspunten bevatten die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin werd geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW en geen aanspraak kon maken op internationale regelingen.
De Raad zag ook geen aanleiding om appellante in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 oktober 2008 door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier W. Altenaar.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van verzekering van de echtgenoot op overlijdensdatum.