ECLI:NL:CRVB:2008:BG3616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 9 december 2002 arbeidsongeschikt geraakt door cardiale en psychische klachten. Het UWV weigerde op 12 augustus 2004 een WAO-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen intact. In hoger beroep stelde appellante dat haar fysieke en psychische beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd niet passend waren.
De Raad heropende het onderzoek en vroeg het UWV om nadere toelichting. Medische rapporten van verzekeringsartsen en specialisten toonden aan dat de beperkingen niet zodanig ernstig waren als appellante stelde, en dat de diagnose fibromyalgie pas in 2005 werd gesteld, na de datum in geschil. De psychische klachten waren aanwezig maar niet van dien aard dat volledige arbeidsongeschiktheid gerechtvaardigd was.
Arbeidskundig werd de oorspronkelijk voorgestelde functie met Sbc-code 272020 vervangen door een reservefunctie met Sbc-code 272070, welke geschikt werd geacht. De Raad oordeelde dat appellante in staat was deze functies te vervullen. Gezien deze bevindingen werd het hoger beroep van appellante afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege de gewijzigde motivering in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.