ECLI:NL:CRVB:2008:BG3623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als conciërge, viel uit wegens pijnklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts N. Sarnevesht en arbeidsdeskundige M.G.P.H. Neis werd vastgesteld dat appellant geen urenbeperking meer had en dat het verlies aan verdiencapaciteit nihil was. Het Uwv trok de WAO-uitkering per 2 mei 2005 in.
In de bezwaarprocedure bevestigde de bezwaarverzekeringsarts R.M. de Vink deze conclusie, met minder beperkingen dan eerder vastgesteld, en stelde een nieuwe Functionele Mogelijkheden Lijst op. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat de arbeidskundige beoordeling ongewijzigd bleef. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige basis voor het besluit voldoende was, ondanks enkele functies die niet geschikt waren voor de schatting. De overige functies werden passend bevonden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de functies niet kon verrichten en dat de urenbeperking ten onrechte was vervallen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen voldoende waren gemotiveerd en dat de arbeidskundige grondslag voldoende was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de WAO-uitkering bevestigd.