ECLI:NL:CRVB:2008:BG3720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 22 WAO
Appellant heeft het UWV verzocht om verhoging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering met toepassing van artikel 22 van Pro de WAO, met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de uitkering. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld, maar steeds zonder succes. Vervolgens diende appellant opnieuw een verzoek in tot herziening van het eerdere besluit, stellende dat indien de juiste gegevens bekend waren geweest, het besluit anders zou zijn uitgevallen.
Het UWV wees dit verzoek opnieuw af, waarna appellant beroep instelde tegen dit bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij een indringende toets toepaste op de vraag of appellant voldeed aan de hulpbehoevendheidseisen van artikel 22 WAO Pro.
In hoger beroep stelt appellant dit oordeel ter discussie, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek van appellant een herhaalde aanvraag betreft als bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, is het UWV bevoegd het verzoek af te wijzen. De verklaring van een arts die pas in hoger beroep is overgelegd, kan niet als nieuw feit worden aangemerkt. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ongegrond verklaard.