ECLI:NL:CRVB:2008:BG3749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na vernietiging ontslag wegens onterecht plichtsverzuim
Betrokkene was werkzaam bij een Penitentiaire Inrichting en werd ontslagen wegens vermeend ernstig plichtsverzuim, namelijk het zich toe-eigenen van een bedrag van €300,-. Dit ontslagbesluit werd door de rechtbank Arnhem vernietigd en deze uitspraak werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. De Raad constateerde dat onvoldoende bewijs bestond dat betrokkene het plichtsverzuim had gepleegd.
Naar aanleiding van het vernietigde ontslag verzocht betrokkene om schadevergoeding. De Raad oordeelde dat de nabetaling van salaris over de periode van het onterecht ontslag geen schadevergoeding is, maar een gevolg van herstel van het dienstverband. Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het salaris, inclusief over perioden van ziekte en arbeidsconflict.
Betrokkene kreeg ook een vergoeding van €1.500,- voor immateriële schade wegens geestelijk leed, onderbouwd met een verklaring van een psycholoog. Daarnaast werd een publicatie ter rehabilitatie van betrokkene in het personeelsblad bevolen. Verzoeken tot vergoeding van deurwaarderskosten, gemiste carrièrekansen en integrale kosten van juridische bijstand werden afgewezen. De Raad vond geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn en wees het verzoek om vergoeding daarvoor af.
Tot slot werd de minister veroordeeld in de proceskosten van betrokkene voor rechtsbijstand en reiskosten.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen met vergoeding van wettelijke rente, immateriële schade en psychologiekosten, overige schadeposten afgewezen.