ECLI:NL:CRVB:2008:BG3920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid ondanks ME/CVS bij Wajong-schatting
Appellant, gediagnosticeerd met ME/CVS sinds 1989, betoogde dat hij door zijn aandoening geen duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft en dat het UWV ten onrechte een cognitieve gedragstherapie als voorwaarde stelde voor arbeidsgeschiktheid. Hij stelde dat hij niet in staat is functies met deadlines en productiepieken te verrichten en dat therapie niet te combineren is met werk.
Het UWV stelde dat er geen fysieke of psychiatrische afwijkingen waren vastgesteld die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen en dat de functies waarvoor appellant werd geschat licht van aard zijn. De Raad concludeerde dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat de urenbeperking van circa 20 uur per week passend is gezien de energetische belastbaarheid van appellant. Het verzekeringsgeneeskundig protocol voor Chronische-vermoeidheidssyndroom was op dat moment nog niet van toepassing.
De Raad oordeelde dat de functies voldoende waren toegelicht en dat er geen aanwijzingen waren dat het UWV de belastbaarheid van appellant onjuist had vastgesteld. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden voor arbeid heeft en wijst het beroep af.