ECLI:NL:CRVB:2008:BG4001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand in de vorm van geldlening
Appellant ontving bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor woninginrichting, met een ondertekende schuldbekentenis waarin aflossingsvoorwaarden waren vastgelegd.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam vorderde een bedrag van €1.433,37 terug wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de aflossingsverplichtingen. Appellant maakte bezwaar, dat door het College werd afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de bevoegdheid tot terugvordering ontbrak omdat de bijstand was beëindigd en er geen inhouding meer plaatsvond. De Raad oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk bleef voor aflossing en dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden om van het terugvorderingsbeleid af te wijken en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 november 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijzondere bijstand wegens niet-nakoming van aflossingsverplichtingen.