ECLI:NL:CRVB:2008:BG4016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 9 november 2005. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het arbeidskundige gedeelte en vernietigde dat deel van het besluit, maar handhaafde het medische deel. Het UWV nam daarop een nader besluit waarbij appellante een gedeeltelijke WAO-uitkering werd toegekend.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de arbeidskundige component van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt, waardoor gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is. De Raad vernietigt daarom het gehele besluit van 23 februari 2006. Tevens verklaart de Raad het beroep tegen het nadere besluit van 27 februari 2007 ongegrond, omdat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd passend zijn.
De Raad wijst de door appellante ingebrachte medische brieven af als niet relevant en onderschrijft de motivering van de rechtbank dat de medische grondslag toereikend is. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het beroep tegen het nadere besluit wordt ongegrond verklaard.