ECLI:NL:CRVB:2008:BG4019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden
Appellante is het niet eens met het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 8 december 2005. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. In hoger beroep betoogt appellante dat haar psychische beperkingen zodanig zijn dat zij niet over duurzame arbeidsmogelijkheden beschikt en dat een urenbeperking passend is.
De Raad heeft het medisch oordeel van het UWV bevestigd, dat appellante ondanks haar psychische beperkingen wel degelijk over duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden beschikt. Uit de medische rapportages blijkt dat zij normaal functioneert in zelfverzorging en gezin, en geen ernstige lichamelijke of psychiatrische stoornis heeft die een totaal onvermogen tot basaal functioneren rechtvaardigt.
De Raad ziet geen aanleiding om een medisch deskundige te benoemen en wijst ook de door appellante gevraagde urenbeperking af. Ook de arbeidskundige beoordeling van het UWV wordt onderschreven. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.