ECLI:NL:CRVB:2008:BG4068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder toestemming observaties
Appellante voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van het College van B&W Delft bevestigde om bijstandskosten terug te vorderen. Het College had vastgesteld dat appellante en betrokkene van 18 augustus 1997 tot en met 31 januari 2004 een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor appellante mede aansprakelijk was voor de terugvordering van € 76.001,50.
De Raad beoordeelde of appellante voldeed aan de voorwaarden van artikel 59, tweede lid, WWB, waarbij gezamenlijke huishouding wordt gedefinieerd als het delen van hoofdverblijf en zorg voor elkaar door middel van bijdragen in de huishoudkosten. Op basis van verklaringen van partijen en buurtbewoners, en observaties in de omgeving van het adres, concludeerde de Raad dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Hoewel de observaties zonder toestemming van de Officier van Justitie waren verricht, achtte de Raad deze niet onrechtmatig omdat er geen sprake was van stelselmatige observaties en de observaties noodzakelijk waren voor de juiste uitvoering van de WWB. Het beleid van het College om in beginsel terug te vorderen, tenzij dringende redenen zich voordoen, werd niet door appellante onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstandskosten wordt bevestigd.