ECLI:NL:CRVB:2008:BG4135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering algemene bijstand wegens ondeugdelijke motivering
Appellanten ontvingen aanvankelijk algemene bijstand naast hun ouderdomspensioen, maar na ontvangst van een schadevergoeding werd de bijstand beëindigd vanwege vermeerd vermogen. Het Dagelijks Bestuur weigerde vervolgens nieuwe bijstand toe te kennen omdat appellanten onvoldoende inzicht hadden gegeven in de besteding van het vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat appellanten redelijkerwijs de gevraagde bewijsstukken hadden verstrekt, ondanks het ontbreken van schriftelijke schuldbekentenissen vanwege contante aflossingen.
De Raad stelde vast dat het gezamenlijke inkomen lager was dan de bijstandsnorm en het beschikbare vermogen onder de vermogensgrens lag, waarbij de terugvordering als schuld moest worden meegewogen. De motivering van het besluit van het Dagelijks Bestuur was ondeugdelijk, waardoor het besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd.
De Raad beval het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit op bezwaar te nemen en bepaalde dat de proceskosten van appellanten door het Dagelijks Bestuur worden vergoed. Een verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen vanwege onvoldoende inzicht in de schade en noodzaak van nadere besluitvorming.
Uitkomst: Het besluit van 18 april 2006 wordt vernietigd en het Dagelijks Bestuur wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.