ECLI:NL:CRVB:2008:BG4219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering zelfstandige wegens niet-levensvatbare onderneming
Appellant ontving sinds 1985 een bijstandsuitkering en vroeg in 2005 een bijstandsuitkering aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) om een detailhandel in merkkleding te starten. Het College van burgemeester en wethouders van Apeldoorn vroeg advies aan IMK Intermediair BV, dat op 26 mei 2005 concludeerde dat de onderneming niet levensvatbaar was.
Appellant reageerde schriftelijk op dit advies, waarna een nader onderzoek door het College plaatsvond, inclusief een bezoek aan de beoogde bedrijfslocatie. Op 7 juli 2005 wees het College de aanvraag af, en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing in april 2007.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College terecht het advies van IMK heeft gevolgd, omdat het bedrijf vanwege de excentrische ligging, beperkte grootte van het verkooppunt en het gebrek aan leveranciersmogelijkheden niet levensvatbaar is. De stelling van appellant dat hij niet afhankelijk zou zijn van restpartijen is onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstandsuitkering zelfstandigen wordt afgewezen wegens niet-levensvatbare onderneming.