ECLI:NL:CRVB:2008:BG4383

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5406 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een geschil met het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen, waardoor de gemachtigde van appellante het hoger beroep heeft ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. De Raad heeft vastgesteld dat het UWV aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen en heeft het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante, begroot op € 644.

De Raad bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en sprak de beslissing uit in aanwezigheid van de griffier. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid om proceskosten toe te wijzen bij intrekking van hoger beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het UWV, dat tevens is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 644.

Uitspraak

07/5406 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam van 24 juli 2007, 07/116 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 12 november 2008.
I. PROCESVERLOOP
Mr. J.J. Bakker, werkzaam bij SRK rechtsbijstand te Zoetermeer, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 23 september 2008 heeft de gemachtigde van appellante het hoger beroep ingetrokken aangezien volledig tegemoet is gekomen aan appellante. Verzocht is tevens het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante wegens verleende rechtsbijstand, begroot op € 322,-- in beroep en € 322,-- in hoger beroep, totaal derhalve € 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
in de kosten van appellante tot een bedrag van € 644,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 november 2008.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
BvW