ECLI:NL:CRVB:2008:BG4387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op besluit WW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had een kortdurende WW-uitkering toegekend gekregen, maar geen recht op een loongerelateerde uitkering vanwege het niet voldoen aan de arbeidsverledeneis. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd en was hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht.
In 2007 verzocht appellant om terug te komen op het oorspronkelijke besluit, maar dit werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gebleken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de informatie die appellant aanvoerde al beschikbaar was in de eerdere procedure.
In hoger beroep stelde appellant dat de informatie waaruit blijkt dat hij wel aan de arbeidsverledeneis voldoet, hem destijds nog niet bekend was. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het onaannemelijk is dat appellant niet beschikte over deze informatie, die zijn voormalige werkgevers wel hadden. Het risico dat appellant niet bekend was met deze informatie ligt bij hem.
De Raad benadrukte dat de eventuele onjuistheid van het oorspronkelijke besluit geen rol speelt bij de beoordeling van het terugkomverzoek. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor ook geen schadevergoeding werd toegekend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit wordt afgewezen.