ECLI:NL:CRVB:2008:BG4540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen appellant
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 16 november 2006 te herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Hij stelde dat hij meer beperkt was dan aangenomen en dat hij de functies waarop de schatting was gebaseerd niet kon vervullen. Ter onderbouwing verwees hij naar kanttekeningen van een arts en een psychiatrisch rapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het psychiatrisch rapport van 10 augustus 2008 niet relevant was voor de datum in geschil en dat er geen onjuist of onvolledig beeld bestond omtrent de geestelijke gezondheid van appellant bij de bezwaarverzekeringsarts. De Raad onderschreef de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en vond dat de rechtbank de herhaalde gronden van appellant afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet slaagden.
De Raad vond geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand en uitgesproken in het openbaar op 14 november 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.