ECLI:NL:CRVB:2008:BG4541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke rente over nabetaalde WAO-uitkering wegens geen verzuim UWV
Appellant, voormalig beroepspersoneel van de Koninklijke Landmacht, was arbeidsongeschikt vanaf augustus 1998. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering omdat appellant na de wachttijd weer in staat was arbeid te verrichten. Later, per besluit van 22 december 2005, kende het UWV met terugwerkende kracht een WAO-uitkering toe vanaf 14 maart 2003, die in januari 2006 werd nabetaald.
Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van wettelijke rente over deze nabetaalde uitkering, stellende dat het UWV in verzuim was geweest. De rechtbank wees dit verzoek af en oordeelde dat het UWV tijdig had beslist en betaald. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat het UWV binnen enkele weken na ontvangst van de aanvraag had beslist en kort daarna had betaald. Appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij eerder een aanvraag had ingediend. Gezien de redelijke termijn waarin het UWV handelde, was er geen sprake van verzuim. Het verzoek om wettelijke rente werd daarom afgewezen.
Tot slot wees de Raad een vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de nabetaalde WAO-uitkering wordt afgewezen omdat het UWV niet in verzuim was.