ECLI:NL:CRVB:2008:BG4544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft op 27 september 2004 een WAJONG-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft bij besluit op bezwaar van 5 januari 2006 de weigering gehandhaafd omdat appellante minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij door een borderline persoonlijkheidsstoornis duurzaam niet over benutbare mogelijkheden beschikt. De Raad heeft echter geoordeeld dat de rechtbank dit verweer voldoende en gemotiveerd heeft besproken en verworpen. Tevens zijn geen nieuwe objectieve medische gegevens overgelegd die aanleiding geven tot een andere beoordeling van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad onderschrijft de arbeidskundige rapportages waarop het UWV zijn oordeel baseert en acht de door het UWV geduide functies passend. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAJONG-uitkering bevestigd.