ECLI:NL:CRVB:2008:BG4545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks subjectieve klachten
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die haar beroep tegen de herziening van haar WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Het Uwv had de WAO-uitkering per 3 januari 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en de gronden van appellante beoordeeld. Ondanks brieven van haar psychiater waarin werd gesteld dat de subjectieve klachten ernstig zijn en zouden moeten leiden tot een hogere mate van beperkingen, oordeelde de Raad dat deze subjectieve klachten niet doorslaggevend zijn voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. De beperkingen worden vastgesteld op basis van de situatie per datum in geding en objectieve criteria.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat de bezwaarverzekeringsarts terecht had vastgesteld dat de beperkingen niet onjuist waren vastgesteld en dat de wetgever de ernst van subjectieve klachten niet als maatgevend beschouwt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd verworpen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd ondanks subjectieve klachten.