ECLI:NL:CRVB:2008:BG4549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onvolledige opgave zelfstandige uren
Appellant ontving sinds mei 2002 een WW-uitkering. Het UWV vermoedde dat appellant niet alle zelfstandige uren correct had opgegeven en herzag daarom de uitkering met ingang van 1 januari 2003. Tevens werd een bedrag van €14.639,25 teruggevorderd dat onverschuldigd was betaald over de periode 1 januari 2003 tot en met 24 september 2006.
Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het UWV verklaarde het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond. De rechtbank bevestigde deze besluiten. In hoger beroep stelde appellant dat de besluitvorming onvolledig en onduidelijk was, met name dat de omvang en periode van de herziening niet duidelijk waren vermeld.
De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit een besluit in de zin van de Awb is, maar onvolledig omdat het de omvang van de herziening en de periode onvoldoende vaststelde. De brief van 7 februari 2007 maakte de besluitvorming pas compleet en duidelijk. De besluiten en de brief moesten als één samenhangend besluit worden gezien, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend. Het UWV had ten onrechte het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigde de besluiten en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en bepaalt dat het bezwaar van appellant opnieuw moet worden behandeld.