ECLI:NL:CRVB:2008:BG4565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanvullende studiefinanciering met terugwerkende kracht
Appellanten hadden aanvankelijk alleen een basisbeurs en een OV-studentenkaart ontvangen. Op 1 augustus 2005 vroegen zij de IB-Groep om vanaf 1 januari 2005 ook een aanvullende (prestatie)beurs toe te kennen. De IB-Groep honoreerde dit verzoek met ingang van 1 augustus 2005, maar wees het terugwerkende deel af op grond van artikel 3.21 WSF 2000.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze beslissing ongegrond, omdat studiefinanciering niet met terugwerkende kracht wordt toegekend en appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij eerder een aanvraag hadden ingediend. Het verzoek van de vader van appellanten om het peiljaar te verleggen, dat een lange behandelingsduur kende, deed hieraan niet af.
In hoger beroep herhaalde appellanten hun standpunten, maar de Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en beperkte de beoordeling tot de vraag of de ingangsdatum van de aanvullende beurs correct was vastgesteld. De Raad bevestigde de uitspraak en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvankelijke beslissing om geen aanvullende studiefinanciering met terugwerkende kracht toe te kennen wordt bevestigd.