ECLI:NL:CRVB:2008:BG4573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting urenbeperking en functiegeschiktheid
Appellante was sinds 1996 arbeidsongeschikt gemeld wegens rug-, schouder-, nek- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. In 2005 trok het Uwv haar uitkering in, omdat zij geen urenbeperking meer aannam en de functies passend achtte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige rapportages voldoende gemotiveerd.
In hoger beroep betoogde appellante dat de urenbeperking onterecht was vervallen zonder verbetering van haar medische situatie en dat de bezwaarverzekeringsarts haar niet persoonlijk had onderzocht. Tevens stelde zij dat de geschiktheid voor functies onvoldoende was toegelicht, mede door vermeend gebrek aan overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De bezwaarverzekeringsarts had overtuigend gemotiveerd waarom een urenbeperking niet langer noodzakelijk was, rekening houdend met de ernst van de aandoeningen en de Functionele Mogelijkheden Lijst. Ook was er voldoende overleg geweest tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts over de geschiktheid van de functies. Appellante leverde geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel.
Daarom werden de grieven van appellante ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van bijzondere bestuursrechtelijke maatregelen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige motivering.