ECLI:NL:CRVB:2008:BG4575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake tijdigheid beroep tegen verlaging WW-uitkering
Appellant verzocht om voortzetting van een WW-uitkering, waarop het UWV een maatregel van verlaging toepaste. Tegen het besluit van 6 november 2006 maakte appellant bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Dit besluit werd echter niet aan appellant bezorgd omdat hij niet meer op het bekende adres woonde. Na telefonisch contact werd een identiek besluit op een nieuw adres geadresseerd, maar het UWV kon niet aantonen dat dit besluit verzonden was.
Appellant stelde op 18 januari 2007 beroep in tegen het besluit van 6 november 2006, dat hij naar eigen zeggen op 29 december 2006 ontving. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Centrale Raad oordeelde dat het besluit van 6 november niet tijdig aan appellant was bekendgemaakt en dat de onduidelijkheid omtrent verzending en ontvangst niet voor appellant mocht komen.
De Raad stelde vast dat de beroepstermijn pas op 29 december 2006 begon en dat appellant zijn beroep tijdig had ingediend. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug. Tevens werd bepaald dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend.