ECLI:NL:CRVB:2008:BG4623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijkheid hoofdverblijf en leefvorm
Betrokkene ontving sinds 1999 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van anonieme tips startte de sociale recherche een onderzoek naar haar hoofdverblijf, omdat vermoed werd dat zij samenwoonde op een ander adres. Het onderzoek bestond uit dossieronderzoek, gesprekken met buurtbewoners en een doorzoeking van de woningen.
Op basis van het onderzoek trok de gemeente bijstand in vanaf 1 mei 2001 en vorderde zij de kosten terug, omdat betrokkene niet had gemeld dat zij niet meer op het opgegeven adres woonde en een gezamenlijke huishouding voerde. De rechtbank vernietigde dit besluit deels wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene niet op het adres verbleef.
De gemeente ging in hoger beroep, stellende dat het lage water- en energieverbruik het bewijs was dat betrokkene niet woonde op het adres. De Centrale Raad oordeelde dat dit onvoldoende is om het besluit te handhaven, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde.