ECLI:NL:CRVB:2008:BG4659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding voor AOW-pensioenberekening
Appellant vroeg op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) een ouderdomspensioen aan, berekend naar het bedrag voor een ongehuwde pensioengerechtigde, omdat hij stelde dat hij een zakelijke kostgangerrelatie had met de medebewoner.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde na onderzoek vast dat appellant en de medebewoner een gezamenlijke huishouding voeren en kende het pensioen toe als voor een gehuwde pensioengerechtigde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat aan het criterium van gezamenlijke huishouding, waaronder ook wederzijdse verzorging valt, was voldaan. De Raad stelde vast dat appellant en de medebewoner samenwoonden, zorg voor elkaar droegen en dat de betaalde kostgeldbijdrage als een bijdrage aan de huishoudkosten moest worden gezien.
De Raad bevestigde daarom het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het AOW-pensioen blijft berekend als voor een gehuwde pensioengerechtigde.