ECLI:NL:CRVB:2008:BG4957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na deskundige beoordeling psychische klachten
Appellante meldde zich ziek met nek-, schouder-, rug- en later ook depressieve klachten na een auto-ongeval. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij geschikt werd geacht voor andere functies met minder dan 15% verdienverlies. Na een hernieuwde ziekmelding en onderzoek door een verzekeringsarts en een psychiater, die een matige chronische depressie vaststelden, werd de Functionele Mogelijkheden Lijst bijgesteld. Desondanks bleef appellante geschikt voor ten minste één van de voorgestelde functies.
Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per 17 november 2005. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat het psychologisch rapport niet werd gevolgd. De bezwaarverzekeringsarts had echter de expertise van een psychiater ingeroepen en zijn conclusies gemotiveerd overgenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de medische beoordeling juist was en dat het besluit tot beëindiging van het ziekengeld terecht was genomen. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.