ECLI:NL:CRVB:2008:BG4959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1991 arbeidsongeschikt is na een auto-ongeval, ontving een pro-rata WAO-uitkering. In 2005 herzag het Uwv de uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordelingen, waarbij appellant werd ingedeeld in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, met name over de arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege een onzorgvuldige arbeidskundige voorbereiding, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat een nadere rapportage van een bezwaararbeidsdeskundige was opgesteld. In hoger beroep stond centraal of het Uwv voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant en of hij de voorgehouden functies kon vervullen.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling correct was en dat er geen aanleiding was voor een arbeidsduurbeperking. De bezwaararbeidsdeskundige had alle relevante signaleringen adequaat gemotiveerd, inclusief een nadere toelichting over werkzaamheden boven schouderhoogte. Omdat appellant deze toelichting niet betwistte, achtte de Raad de voorgehouden functies passend en verwierp het hoger beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.