ECLI:NL:CRVB:2008:BG4982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante kreeg per 18 augustus 1993 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 16 juni 2004 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Almelo dit besluit omdat de medische beoordeling niet door een geregistreerd verzekeringsarts was gedaan.
Het UWV liet daarop een nieuwe beoordeling uitvoeren door een geregistreerd verzekeringsarts, die de eerdere beperkingen bevestigde. Ook een bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de eerdere beoordeling correct was. Het bezwaar van appellante tegen de intrekking werd opnieuw ongegrond verklaard. Appellante voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat en vroeg om een deskundige, maar bracht geen nieuwe medische gegevens die twijfel opriepen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad onderschreef dit oordeel. De Raad achtte de medische beoordeling zorgvuldig en vond geen reden tot benoeming van een deskundige. Ook de arbeidskundige rapporten gaven geen aanleiding tot twijfel over de geschiktheid van de functies. De Raad bevestigde de uitspraak en veroordeelde geen partij in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.