ECLI:NL:CRVB:2008:BG5115
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs internering
Appellant, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in 2002 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen. Deze aanvraag werd afgewezen omdat niet was gebleken dat hij was getroffen door oorlogsgeweld. In 2006 volgde een hernieuwde aanvraag waarin appellant stelde cruciale oorlogsbelevenissen niet te hebben vermeld en dat zijn psychische klachten waren toegenomen.
Verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, handhaafde het afwijzende besluit na onderzoek van archieven en getuigenverklaringen, die onvoldoende overtuigend werden geacht. Appellant stelde dat hij met zijn moeder geïnterneerd was geweest in Japanse kampen en tijdens de Bersiap-periode door extremisten was opgepakt, maar hiervoor werd geen objectieve bevestiging gevonden.
De Raad concludeerde dat de verklaringen en aangeleverde gegevens onvoldoende bewijs boden voor internering van appellant tijdens de Japanse bezetting of Bersiap-periode. In tegenstelling tot andere familieleden die wel erkend werden, ontbrak voor appellant bevestiging vanuit het Rode Kruis en andere bronnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn hernieuwde aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.