ECLI:NL:CRVB:2008:BG5121
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum vergoeding huishoudelijke hulp aan burger-oorlogsslachtoffer
Appellant, een burger-oorlogsslachtoffer, kreeg een vergoeding voor huishoudelijke hulp toegekend met een ingangsdatum die door verweerster later werd vastgesteld op 1 december 2005. Verweerster baseerde dit op rapportages waaruit zou blijken dat appellant voor die datum geen huishoudelijke hulp had en dus geen kosten had gemaakt.
Appellant voerde aan dat er sinds 1993 huishoudelijke hulp was, ondersteund door verklaringen van zijn echtgenote en schoonzuster. De Raad achtte deze verklaringen betrouwbaar en gaf ze meer gewicht dan het medisch rapport waarin stond dat er geen hulp was.
De Raad oordeelde dat verweerster onvoldoende grond had om af te wijken van haar beleid om vergoeding toe te kennen vanaf de datum van toekenning zonder bewijs van kosten, juist omdat bewijs vaak moeilijk te leveren is bij huishoudelijke hulp. Daarom werden de besluiten die de ingangsdatum later legden vernietigd en stelde de Raad zelf de ingangsdatum vast op 1 februari 2004.
Het beroep tegen het besluit dat geen nieuw besluit over de ingangsdatum bevatte, werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De ingangsdatum van de vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt vastgesteld op 1 februari 2004.