ECLI:NL:CRVB:2008:BG5155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting loondervingsuitkering in vervolguitkering zonder terugwerkende verlaging
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar loondervingsuitkering om te zetten in een vervolguitkering met een lager bedrag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het is voldoende gebleken dat appellante gedurende de wettelijk vastgestelde termijn van twee jaar een loondervingsuitkering heeft ontvangen en dat zij aansluitend feitelijk en overeenkomstig de wettelijke regeling een vervolguitkering ontving. De mededeling van het UWV over de vervolguitkering vond pas later plaats, maar dit leidt niet tot strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad overweegt dat er geen sprake is van een terugwerkende verlaging van de uitkering en dat appellante niet benadeeld is omdat zij feitelijk de juiste uitkering heeft ontvangen. De eerdere communicatie via een beschikking in plaats van een informatiebriefje leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De omzetting van de loondervingsuitkering in een vervolguitkering is rechtmatig en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.