ECLI:NL:CRVB:2008:BG5161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening dagloon op grond van art. 40 WAO wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellante was gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Zij werkte aanvankelijk 2,9 uur per week in haar oorspronkelijke functie en heeft later geprobeerd haar werkzaamheden uit te breiden naar 24 uur per week in een andere functie, die zij wegens medische klachten moest staken.
Het UWV beëindigde de toepassing van artikel 44 WAO Pro en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd vast op 80 tot 100%, waarbij het dagloon werd berekend op basis van de oorspronkelijke werkzaamheden van 2,9 uur per week. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat het dagloon onjuist was omdat geen rekening was gehouden met de toename van arbeidsuren en de gewijzigde functie.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar het hoger beroep richtte zich op de vraag of artikel 40 WAO Pro van toepassing was, dat herziening van het dagloon mogelijk maakt bij toename van arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde dat omdat de arbeidsongeschiktheid al op de hoogste klasse was vastgesteld en niet was toegenomen, appellante niet aan de voorwaarden voldeed voor herziening van het dagloon.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het standpunt van het UWV werd bekrachtigd. Er werd geen aanleiding gezien om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon ongewijzigd blijft omdat geen toename van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.