ECLI:NL:CRVB:2008:BG5245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Intrekking en herziening WAO-uitkering na maatmanwijziging met arbeidskundige onderbouwing
Appellant, werkzaam als medewerker bloemenveiling, viel in 1999 uit wegens psychische klachten en kreeg in 2000 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2002 trok het UWV de uitkering in vanwege afgenomen arbeidsongeschiktheid. In bezwaar en beroep werd de mate van arbeidsongeschiktheid herzien naar 25-35% per 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende vond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de geduide functies niet actueel waren.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling niet onzorgvuldig was en dat de brief van de behandelend psychotherapeut geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Wel concludeerde de Raad dat pas in hoger beroep een voldoende arbeidskundige onderbouwing was gegeven, waarmee de gebrekkige motivering van het besluit was opgeheven.
Daarom vernietigde de Raad het besluit voor zover het de herziening betrof, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, met in stand laten van de rechtsgevolgen.