ECLI:NL:CRVB:2008:BG5722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar deed dit niet binnen de wettelijke termijn van zes weken. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant maakte hiertegen verzet, stellende dat de vertraging van één dag niet zwaarwegend was.
De Raad overwoog dat de termijn van zes weken begon op de dag na de bekendmaking van de uitspraak en eindigde op de laatste dag van die termijn. Hoewel het beroepschrift op 11 januari 2007 was gedateerd, werd het pas op 17 januari ontvangen door de Raad, en was het poststempel van verzending 12 januari 2007, wat een dag na de termijn viel.
Volgens artikel 6:9 Awb Pro is verzending per post tijdig indien het voor het einde van de termijn is verstuurd en binnen een week na afloop wordt ontvangen. Appellant kon niet aantonen dat het beroepschrift vóór het einde van de termijn was verzonden. De Raad oordeelde dat de enkele vertraging niet verschoonbaar was en dat het verzet daarom ongegrond moest worden verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 november 2008.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.