ECLI:NL:CRVB:2008:BG5936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken van jaarstukken
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds 1998 bijstand. Het Dagelijks Bestuur stelde vast dat appellant inkomsten uit de verkoop van auto's had en deze niet had gemeld. Na herhaalde verzoeken om jaarstukken over 2006 te overleggen, werd het recht op bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde stukken had verstrekt.
De voorzieningenrechter had ten onrechte ook het opschortingsbesluit heroverwogen, wat de Raad constateerde en aanleiding gaf tot vernietiging van die uitspraak. De Raad beoordeelde vervolgens alleen de intrekking van de bijstand op grond van artikel 54, vierde lid, WWB.
Appellant stelde dat hij de stukken tijdig had ingeleverd, maar kon dit niet aannemelijk maken. Telefonisch meldde hij zelfs dat de stukken nog bij de belastingdienst lagen. De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig de jaarstukken te verstrekken. Daarom was het Dagelijks Bestuur bevoegd de bijstand in te trekken.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Tevens bepaalde de Raad dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand blijft in stand.