ECLI:NL:CRVB:2008:BG6031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische klachten appellant
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% met ingang van 4 mei 2006. Zij voerde aan dat haar psychische klachten, mede veroorzaakt door langdurig misbruik en mishandeling in haar jeugd, onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat de medische grondslag juist was, maar de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende. In hoger beroep heeft appellant haar situatie uitgebreid toegelicht, maar de Raad oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met haar psychische beperkingen en dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen geschikt waren.
De Raad verwierp het verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen en bevestigde het bestreden uitspraak. De Raad vond geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand op 28 november 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45-55%.