ECLI:NL:CRVB:2008:BG6120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 1 januari 2000. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft bij besluit van 7 december 2005 de bijstandsuitkering herzien en teruggevorderd over meerdere perioden tussen maart 2002 en juni 2004, vanwege verzwegen vermogen en oncontroleerbare inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het tegoed op bankrekeningen op naam van appellant als vermogen wordt beschouwd, tenzij het tegendeel voldoende wordt aangetoond. Appellant stelde dat het geld van een vriendin was, maar kon dit niet onderbouwen. De herkomst van het geld bleef onduidelijk door uitsluitend kasstortingen.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde de uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering bevestigd.