ECLI:NL:CRVB:2008:BG6132
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kadorp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op periodieke uitkering wegens buitenlandse uitkeringen volgens Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellante, geboren in 1946 in het voormalige Nederlands-Indië en gelijkgesteld met een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, ontvangt een periodieke uitkering. Zij maakte bezwaar tegen de korting op haar uitkering wegens buitenlandse inkomsten, met name de Franse RMI en een non-activiteitsuitkering.
De Pensioen- en Uitkeringsraad handhaafde het besluit tot korting, maar trok de korting op de non-activiteitsuitkering terug na een nader besluit. De Raad oordeelde dat uitkeringen op basis van ziekte- en werkloosheidswetgeving van EU-lidstaten als arbeidsinkomsten kunnen worden gekort, maar de RMI-uitkering valt niet onder deze categorie en wordt als overige inkomsten volledig gekort.
Appellante voerde aan dat de RMI gelijkgesteld moet worden met arbeidsinkomsten of een doelgerichte subsidie, maar de Raad verwierp dit en bevestigde dat de RMI een algemeen sociaal vangnet is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde de Pensioen- en Uitkeringsraad tot vergoeding van proceskosten aan appellante vanwege gedeeltelijk succes in het bezwaar tegen de non-activiteitsuitkering.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de korting op de RMI-uitkering gehandhaafd.