ECLI:NL:CRVB:2008:BG6181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 45-55% per 18 mei 2006. De rechtbank Assen vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de medische grondslag voldoende was en de aanvullende toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige de uitkomst ondersteunde.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen door verzekeringsartsen waren onderschat en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was ingevuld, waardoor hij de geduide functies niet kon vervullen. De Centrale Raad overwoog dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die niet reeds in beroep waren besproken.
De Raad sloot zich aan bij de rechtbank en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling en de FML. Tevens oordeelde de Raad dat de bezwaararbeidsdeskundige afdoende had gemotiveerd dat de belasting van de functies de belastbaarheid van appellant niet te boven ging. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.