ECLI:NL:CRVB:2008:BG6504

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/4135 WAO + 07/4136 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak over WAO-aanspraken wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 8 juni 2007 betreffende zijn WAO-aanspraken. Het verzoek was gebaseerd op vermeende evidente onjuistheden, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een rapportage van Instituut Psychosofia.

De Raad heeft het verzoekschrift en de rapportage beoordeeld en geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die de herziening rechtvaardigen zoals bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad benadrukte dat een hernieuwde discussie over de zaak niet mogelijk is zonder dergelijke nieuwe feiten.

Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens vond de Raad geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2008.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/4135 WAO en 07/4136 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Naam verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 juni 2007 (04/1731 WAO en 07/925 WAO),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 juni 2007 (04/1731 WAO en 07/925 WAO).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2008. Voor verzoeker is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullende verzoekschrift van 25 september 2007 en de daarbij overgelegde rapportage van Instituut Psychosofia van 13 augustus 2007.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in de rapportage van Instituut Psychosofia van 13 augustus 2007 enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 december 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.C.A. Wit.
JL