ECLI:NL:CRVB:2008:BG6507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en weigering ZW-uitkering wegens ongeschiktheid arbeid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 23 april 2006 en de weigering van een ZW-uitkering vanaf 24 april 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat appellante op de datum in geding geschikt werd geacht om ten minste één van de in het kader van de WAO geduide functies te verrichten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij zich niet kon verenigen met de hersteldmelding in het kader van de Ziektewet. De Raad heeft de medische informatie en rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts beoordeeld en vond geen aanwijzingen die het standpunt van deze artsen ondermijnen.
De bezwaarverzekeringsarts had gemotiveerd aangegeven dat er geen nieuwe medische feiten of omstandigheden waren die de belastbaarheid van appellante op de datum in geding anders maakten dan bij de WAO-beoordeling. De Raad concludeerde daarom dat de weigering van de ZW-uitkering terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de weigering van de ZW-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe medische feiten.