ECLI:NL:CRVB:2008:BG6516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling arbeidsbeperkingen
Appellant, die wegens rug- en psychische klachten een WAO-uitkering ontving, kreeg deze per 7 mei 2006 ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering over de geschiktheid voor geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat hij niet in staat was de functies te vervullen. Hij verzocht ook om benoeming van een psychiatrisch deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is. De Raad ziet geen aanwijzingen dat de beperkingen onjuist zijn vastgesteld, mede omdat appellant ten tijde van de beoordeling niet meer onder specialistische behandeling stond. De brief van de psychotherapeut ondersteunt geen zwaardere beperkingen. Ook de toelating tot de WSW biedt onvoldoende grond om de beperkingen te herzien, zeker omdat deze beslissing na de beoordelingsdatum is genomen.
De Raad bevestigt dat appellant de werkzaamheden van de geselecteerde functies kan verrichten en wijst het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige af. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Daarmee blijft de intrekking van de WAO-uitkering in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsbeperkingen juist zijn vastgesteld.