ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldig onderzoek UWV naar WAO-beoordeling ondanks WSW-toelating
Appellant, werkzaam als schoonmaker/afwasser, meldde zich ziek met neusklachten en ademhalingsproblemen en ontving een WAO-beoordeling van het UWV. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees de WAO-uitkering af. Appellant bracht in hoger beroep een advies van de Indicatiecommissie Sociale Werkvoorziening (WSW) in, waarin zijn beperkingen uitgebreider werden beschreven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toelating tot de WSW-doelgroep weliswaar niet rechtstreeks bepalend is voor WAO-rechten, maar dat de gegevens uit de WSW-rapportage relevant zijn voor de beoordeling van de belastbaarheid. Het UWV had onvoldoende onderzocht waarom er verschillen waren tussen de WSW-beoordeling en de WAO-beoordeling.
De Raad concludeerde dat het UWV-onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat het bestreden besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.