ECLI:NL:CRVB:2008:BG6517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na juiste vaststelling beperkingen
Appellante ontving een WAO-uitkering vanwege diverse klachten waaronder carpaal tunnel syndroom en rugklachten, laatstelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in per 29 augustus 2004, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van een theoretische schatting van haar verdiencapaciteit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de beperkingen juist en zorgvuldig had vastgesteld en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren bij haar belastbaarheid. Appellante betwistte in hoger beroep de juiste vaststelling van haar beperkingen en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad overwoog dat de primaire verzekeringsarts na uitgebreid onderzoek beperkingen had vastgesteld die medisch voldoende waren onderbouwd. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit standpunt na dossieronderzoek en informatie van de behandelend neuroloog. Er waren geen nieuwe feiten of klachten die een nadere beoordeling rechtvaardigden. Ook bleek uit medisch onderzoek geen zwaardere beperkingen dan aangenomen. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd daarom afgewezen.
De Raad vond geen aanwijzingen dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en concludeerde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren bij de belastbaarheid van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens juiste vaststelling van beperkingen en zorgvuldige besluitvorming.